In de winkel koop je een pakketje balletjes. Deze zijn verschillend van kleur en van grootte. De kern is zwaar (soort knikker), de buitenkant van een sponsachtig materiaal.
De letters op de bordjes geven de waarde aan van de inzet van het spel.
WA is een klein balletje, W iets groter, B, G en S steeds nog een slag groter.
De cijfers geven aan op welke afstand van het bordje je moet gaan staan.
De âTâ op het bordje is het mikpunt. Degene die het dichtste bij het midden van de T gooit heeft de hele inzet gewonnen. Om te markeren waar de bal terecht komt maak je de bal nat. Waar de bal terecht komt laat hij een spoor achter. Er zijn accesoires te koop die bij de balletjes horen, zoals een riem met daaraan flesjes (om de ballen nat te maken) en een meetlint. Verschillende prints op de balletjes zorgen ervoor dat kinderen balletjes gaan sparen en ruilen, blijven spelen tot ze dat ene balletje hebben.
